Veel gestelde vragen door professionals
Ja, zolang het signaleringssysteem bestaat kan je de Verwijsindex gewoon blijven gebruiken. Je mag signalen afgeven en matches ontvangen. Matches kunnen tot en met de laatste dag van gebruik van de Verwijsindex tot stand komen. Die dag mogen matches nog uit het systeem gehaald worden.
Correct gebruik van de Verwijsindex
De Verwijsindex kan tot de datum waarop deze wordt afgeschaft gewoon gebruikt blijven worden. Wel is van belang dat de Verwijsindex op de correcte wijze wordt gebruikt. Dat betekent onder meer dat iedere keer dat een signaal wordt afgegeven aan de Verwijsindex, daar een individuele afweging aan vooraf gaat. Wanneer geen individuele afweging plaatsvindt, bestaat er geen juridische grondslag.
Het automatisch afgeven van signalen van alle nieuwe cliënten aan de Verwijsindex door organisaties is en blijft niet toegestaan. Sommige organisaties en professionals nemen in de individuele afweging mee – indien bekend –in hoeverre andere professionals in de regio de Verwijsindex gebruiken en daarmee hoe groot de kans is op een match.
Eventuele richtlijnen of standpunten van de beroepsgroep van de professional zijn daarbij van belang, evenals om wat voor doelgroep het gaat of welke sector. Wanneer een professional op basis van signalen vermoedt dat sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling, doorloopt hij of zij de stappen uit de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling om uit te zoeken wat er aan de hand is.
Het signaleren van risico’s maakt deel uit van het professionele handelen van de verschillende professionals. Dit staat los van het afgeven van een signaal aan de Verwijsindex en de meldcode blijft daarmee een toe te passen instrument bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Er is geen wettelijke verplichting om toestemming te vragen voor het afgeven van een signaal, maar er is wel een plicht om de jeugdige en/of zijn ouders hierover te informeren. Bij voorkeur gebeurt informeren vooraf. Het informeren moet specifiek gebeuren. De informatie mag geen onderdeel zijn van een algemene folder, maar moet specifiek gericht zijn op informatie over de verwijsindex. Bij het overhandigen van deze informatie zal vaak ook een persoonlijk gesprek plaatsvinden, zodat de zorgen kunnen worden besproken en waarbij uitleg wordt gegeven over het afgeven van een signaal en eventuele vragen van de ouders/ jeugdige hierover worden beantwoord.
In de Jeugdwet is geen grondslag opgenomen voor het delen van informatie, nadat een match is ontstaan tussen twee professionals.
Voor informatie-uitwisseling tussen professionals over concrete personen is wel toestemming nodig. Binnen de wettelijke kaders is het wél mogelijk om contact op te nemen met de andere professional na een match om te informeren wat diens vragen zijn, zolang er geen inhoudelijke informatie wordt uitgewisseld.
Je hoeft als professional de ouders/jeugdige niet te informeren dat de Verwijsindex stopt. Maar als ouders bijvoorbeeld (als je hen vertelt over een signaal dat je gaat afgeven of net hebt afgegeven) vragen hebben over wat er met dat signaal gebeurt, is het goed om aan te geven dat er binnenkort geen gebruik meer wordt gemaakt van de Verwijsindex en dat alle gegevens worden verwijderd.
Je kunt ouders en jeugdigen verwijzen naar hun gemeente als zij willen weten of zij in de Verwijsindex staan.
Er zijn bestaande werkwijzen rondom jeugdigen die bijdragen aan dezelfde doelstellingen als de Verwijsindex, namelijk vroegtijdige en onderlinge afstemming zodat passende hulp, zorg of bijsturing kan worden verleend. Deze werkwijzen zijn geen volledige vervanging van de Verwijsindex, maar dragen op hun eigen manier bij aan deze doelstelling. In de handreiking beschrijven we een aantal van deze werkwijzen, zoals:
- Netwerksamenwerking
- Meer Aandacht voor Ziekgemelde Leerlingen (MAZL)
- Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
- Kansrijke start
Aan de hand van verschillende samenwerkingsvormen wordt beschreven hoe dergelijke werkwijzen gestalte kunnen krijgen en wat daarbij eventuele aandachtspunten zijn.