Interview met Jeannet Coens en Jan Menting over de Aanpak Wachttijden

In de praktijk

De jeugdzorg staat onder zware druk. Wachttijden van drie tot soms acht maanden voor jongeren die op de lijst staan om behandeld te worden zijn geen uitzondering en leiden soms tot levensgevaarlijke situaties. Zo’n driekwart jaar geleden is een divers team van specialisten van binnen en buiten de zorg in opdracht van VWS en VNG gestart om de wachttijden bij de jeugdzorg terug te dringen.

Jeannet Coens, programmacoördinator OZJ en Jan Menting, Ambassadeur Zorg voor de Jeugd aan het woord over het Team Aanpak Wachttijden. Wat willen ze en hoe denken ze zo’n weerbarstig probleem aan te pakken?

“Iedereen is gemotiveerd om de wachttijden nu echt structureel aan te pakken”

Hoezo lange wachttijden in de jeugdzorg?

Menting: “In de gehele jeugdzorg hebben we al jaren te maken met lange wachttijden. In de afgelopen jaren is het wachttijdenprobleem twee keer politiek aangekaart. De eerste keer, toen VWS in 2018 aan het OZJ vroeg om landelijk inzicht en overzicht in de wachttijden te creëren, moesten we constateren dat we in een decentraal systeem geen basis hadden om wachttijden aan te pakken.

Vorig jaar heeft VWS diezelfde vraag opnieuw gesteld aan het OZJ nadat de staatssecretaris Jeugd Paul Blokhuis het antwoord op vragen over inzicht in en aanpak van wachttijden schuldig moest blijven.”

Reden voor de kamervragen waren schrijnende gevallen die de Tweede Kamer bereikten.

Menting: Kinderen met suïcidale neigingen bijvoorbeeld, maar ook de combinatie van eetstoornissen en autisme kunnen leiden tot levensgevaarlijke situaties. Ook is er een toename van zware gevallen waardoor het voor specialisten steeds moeilijker wordt om goede zorg te verlenen.

Toen is besloten om de wachttijdenproblematiek nu structureel aan te pakken.  

Waarom kon vorig jaar wat drie jaar geleden niet mogelijk was?

Menting: “Het probleem van de wachttijden was altijd al moeilijk te definiëren. We hadden daarvoor te weinig diagnostische gegevens: welke wachttijden zijn er voor welke jeugdigen? Maar dat maakt het lastig om het probleem in kaart te brengen. Wachttijden an sich zeggen immers niet zoveel. Voor de een is een half jaar wachten geen ramp, voor anderen is een maand al te lang.

Neem eetstoornissen, dat gaat van kwaad tot erger. Als je het snel aanpakt, valt het probleem mee, maar als je te lang wacht, kan zo’n eetstoornis een kwestie van jaren worden. Nu krijgen we echter toegang tot steeds meer data, zoals het iJW Berichtenverkeer. Samen met het Ketenbureau i Sociaal Domein, dat deze info beheert, kunnen we steeds beter zien hoeveel kinderen wachten op behandeling en hoe lang ze al wachten. Daarmee wordt het nu mogelijk om stapsgewijs per regio de wachttijden in kaart te brengen en aan te pakken”.

Coens: De combinatie van onze inhoudelijke aanpak in het zoeken naar essentiële componenten voor duurzame en structurele verbeteringen en het inzicht en overzicht dat wij verkrijgen vanuit de data, maakt deze aanpak in onze ogen succesvol. Het een kan niet zonder het ander. Er moet een voortdurende feedback- en leerloop zijn tussen data en inhoud.

Kunnen jullie aangeven waar precies de problemen liggen?

Coens: “De Inspectie is vooral bij de specialistische jeugdzorg GGZ in een aantal regio’s op urgente problemen gestuit die tijdens en door de coronapandemie bovendien zijn verergerd.

Bijvoorbeeld in de regio Rijnmond was het aantal wachtenden voor de Inspectie onacceptabel, reden om Rijnmond pilotregio te maken. Slachtoffers hiervan zijn natuurlijk de jongeren zelf, en niet te vergeten de gezinnen om hen heen. Geen tijdige hulp verergert in vele gevallen de problematiek. Dat heeft ook weer gevolgen voor de professionals, die almaar zwaardere problemen van jeugdigen te behandelen krijgen.“

Wat is jullie doelstelling?

Menting: “We verwachten dat alle 42 regio’s van Nederland de komende vier jaar het wachttijdenbeleid structureel, dus voor langere tijd, in hun eigen gebied vorm kunnen geven.Dat is ambitieus en daar hebben we ook ondersteuning van VWS en VNG bij nodig.

We zijn gestart op die plekken waar we direct aan de knoppen kunnen draaien. Het is learning by doing, direct in de praktijk aan de slag gaan, bijvoorbeeld met het eerste contact tussen de wijkteams en de mensen die zorg aanvragen. Stel je dan al niet direct de goede vragen, dan kan het voorkomen dat een kind drie maanden of een half jaar op wachtlijst A staat terwijl dat eigenlijk wachtlijst B moet zijn.

Een andere knop waaraan je kunt draaien is de regionale samenwerking. Het probleem van een te lange wachtlijst voor bijvoorbeeld angststoornissen in een bepaalde regio, zou misschien elders al wel kunnen worden opgelost.”

Coens: In feite gaat het om het scheppen van een vertrouwensband onderling. Maak je eigen organisatorische belangen ondergeschikt aan die van de mensen die wel kunnen helpen.

Menting: “Dit is deels ook de oplossing voor het beschikbaarheids-probleem waar we in deze krappe arbeidsmarkt mee te maken hebben. Kijken waar we de vraag het beste kunnen onderbrengen is veel effectiever dan alsmaar sleutelen aan de capaciteit op één plek.”

Hoe zijn jullie als team aan de slag gegaan?

Coens: “De focus lag de die eerste fase op onderzoek. Welke data hebben we, hoe gaan we te werk, wat zijn de randvoorwaarden, met wie werken we samen, gemeenten, regio’s, aanbieders, et cetera. Zo hebben we een soort netwerkstructuur opgebouwd waarbinnen we als Team Aanpak Wachttijden een centrale rol vervullen. Binnen het team hebben Lizanne van Buuren en ik een centrale coördinerende rol”.

Waar was de focus in de afgelopen periode op gericht?

Menting: “We hebben voor een duidelijke methodische benadering gekozen met drie onderdelen.

  1. Als eerste hebben we het afgelopen driekwart jaar de basis gelegd voor het analyseren van de big data: welke wachtlijsten, hoe lang, waar, et cetera.
  2. Een tweede lijn is het zoeken naar essentiële componenten voor duurzame, dus structurele verbeteringen per regio. Bijvoorbeeld het installeren van een ketencoördinator. Deze zorgt voor een betere en doelmatigere samenwerking tussen de behandelende partijen en regio’s, niet alleen op de korte maar vooral op de langere termijn. Pilotregio hiervoor is Hart van Brabant.
  3. Een derde lijn is de directe inzet van een klein team bij urgente casussen in regio’s, zoals in de regio Rijnmond.”

Zijn jullie tevreden met het resultaat tot nu toe?

Menting: “We wisten natuurlijk dat we begonnen aan een ambitieus project, maar we zijn eerlijk gezegd wat geschrokken van de weerbarstigheid van het probleem. Het valt wat zwaarder dan we vermoed hebben, we dachten dat we nu verder zouden zijn.”

Coens: ”Je ziet dat regio’s moeite hebben om in alle waan van de dag veranderingen door te voeren. Het blijkt lastig te zijn voor wethouders om over hun regeerperiode heen te kijken, voor aanbieders om buiten hun organisatie te kijken en voor professionals om toe te geven dat ze voor bepaalde problemen hulp nodig hebben. En van de opdrachtgevers, VWS en VNG vergt dat weer meer commitment en doorzettingsvermogen.

Daar is dus lef voor nodig, lef om het anders te durven doen. Lef voor een directeur van een gemeentelijke regeling om naar de wethouder te stappen en te zeggen: ‘Dit kan zo niet langer, dit moeten we veranderen’. Lef van de aanbieder om zaken anders aan te pakken.”

Dus jullie komen in de regio’s wel even vertellen hoe het wel moet?

Menting: “Ja, zo reageert men soms. Maar we zijn wel met het oplossen van problemen bezig die al jaren spelen. De eerste reactie is vaak: ‘Dat doen we toch al?’ Met deze titel hebben we ook een boekje uitgegeven waarmee regio’s aan de slag kunnen. De meeste regio’s verwelkomen overigens onze ondersteuning, maar daarna kunnen we best lastig worden, anders bereik je niks.”

Coens: “Gelukkig zien we duidelijk dat iedereen op de hoogte is van het probleem van te lange wachttijden en dus gemotiveerd is om daar iets aan te gaan doen. Wij hebben hoogopgeleide professionals om te ondersteunen, ze hoeven daarvoor dus zelf geen mensen vrij te maken. Daarom is het des te belangrijker dat ze, als wij weer weggaan uit de regio, verbeteringen zien en daar blij van worden.

De grootste uitdaging is ervoor te zorgen dat de veranderingen structureel worden doorgevoerd, niet alleen aan de voorkant, ook aan de achterkant.

Hoe ver zijn jullie na driekwart jaar gevorderd?

Coens: “Met de kennis en ervaring die we opdoen in twee pilotregio’s en een aantal referentieregio’s stellen we dashboards samen waarmee de andere regio’s aan de slag kunnen. Zo’n dashboard wordt een omgeving waarmee gemeenten zicht krijgen op de wachttijden. Nu voeren we samen met gemeenten gesprekken over de inrichting van die dashboards. Hoe willen ze deze gebruiken, welke gegevens moeten erin, wie krijgt daar inzage in et cetera.”

Menting: “Overall gezien zijn we nu in acht regio’s bezig. Daar lopen de wachttijden al enigszins terug. Maar het gaat langzamer dan we zouden willen. Daarom nemen we ook ons eigen werk van het Team Aanpak Wachttijden onder de loep. Waar kunnen we sneller resultaten bereiken?”

Wanneer gaan regio’s aan de slag met de dasboards?

Coens: “We verwachten dat we in dit voorjaar een eerste versie van een inhoudelijk dashboard kunnen opleveren. Dat dashboard gaan we doorontwikkelen aan de hand van input vanuit een aantal referentieregio’s.”

Menting: “Naast inzage in het berichtenverkeer willen we ook de data van de toegang in beeld brengen. Deze gesprekken voeren we met gemeenten. Daar zijn meerdere partijen bij betrokken, zoals gecertificeerde instellingen, gemeentelijke toegangen, huisartsen, Autoriteit Persoonsgegevens en functionarissen persoonsgegevens. Je hebt het immers over gevoelige en soms juridische informatie, privacy is belangrijk, en dat begrijpen we heel goed.”

Jullie blijven optimistisch ondanks de stroperigheid van het probleem?

Menting: “Natuurlijk. Je denkt je bij jezelf: het is ernstig, en eigenlijk schandalig dat we het zover hebben laten komen. Maar nu zien we dat we met veel inzet van vele professionals steeds meer jeugdigen en gezinnen weten te ondersteunen en daarmee de wachttijden kunnen en ook gaan verkorten. Daarom steken we met ons team zoveel energie in een risicovol traject.”

Coens: “Als je kinderen in een vroeg stadium helpt, voorkom je problemen op de langere termijn, niet alleen voor de kinderen en de gezinnen, ook voor de maatschappij. Daar moeten we echt meer aandacht aan geven.”

Tekst: Rik Weeda.

Vragen?

Heb je vragen over het onderwerp wachttijden of over het werk van het Team Aanpak Wachttijden? Stuur een email naar lizanne.vanbuuren@vng.nl.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.