In Nijmegen kunnen gezinnen snel hulp krijgen in hun eigen wijk. De Buurtteams Jeugd en Gezin (BJG) van OIDOS luisteren, maken samen een plan en blijven betrokken. Zo blijft hulp overzichtelijk en dichtbij. Beleidsadviseur Inge Zouteriks van de gemeente, OIDOS-bestuurder Marlies Kennis en beleidsadviseur/gezinswerker Lara Gerrits vertellen wat goed werkt en nog beter kan.
Beeld: © OIDOS
Inge Zouteriks (beleidsadviseur gemeente Nijmegen), Marlies Kennis (bestuurder OIDOS) en Lara Gerrits (beleidsadviseur/gezinswerker BJG)
Sinds juli 2021 verzorgt OIDOS in Nijmegen de Buurtteams Jeugd en Gezin (BJG). Die teams helpen kinderen, jongeren en gezinnen als het thuis of op school vastloopt, bijvoorbeeld bij opvoeden, stress of problemen. Je kunt makkelijk aankloppen in je eigen wijk. Een gezinswerker luistert, maakt samen een plan en blijft betrokken zolang dat nodig is. Ze verlenen basishulp aan gezinnen en verwijzen als dat nodig is door naar aanvullende hulp.
‘Het buurtteam wil dat er zo min mogelijk verschillende professionals in een gezin komen.’
Gezin staat centraal
De buurtteams hebben een duidelijke visie: het gezin staat centraal. Het gezin houdt zoveel mogelijk zelf de regie. Daarbij is bouwen aan vertrouwen en voorkomen dat een gezin telkens hetzelfde verhaal moet vertellen belangrijk. OIDOS-bestuurder Marlies Kennis hierover: ‘Het buurtteam maakt contact, voert een gesprek en stelt dan een plan met doelen op. Daarna werken gezin en gezinswerker stap voor stap aan oplossingen. Lukt het met hulp uit het netwerk of in de wijk? Dan is dat mooi. Is er meer nodig? Dan helpt het buurtteam om extra hulp te regelen.’
Deze aanpak geeft rust en overzicht. Het buurtteam wil dat er zo min mogelijk verschillende professionals in een gezin komen. Extra hulp komt er pas bij als het echt nodig is. Beleidsadviseur Inge Zouteriks van de gemeente Nijmegen: ‘Zo zijn er minder overdrachtsmomenten. En is er een buurtteam waar je makkelijk aanklopt.’
Over grenzen en schermtijd
Eva is moeder van twee kinderen. Ze merkte dat de sfeer thuis vaak gespannen was. Zij en haar man Stefan hadden veel gesprekken over grenzen en schermtijd. Ze wilden geen ‘stempel’ en niet meteen veel hulpverleners over de vloer. Daarom namen ze contact op met het Buurtteam Jeugd en Gezin in hun wijk.
In het eerste gesprek vertelde Eva wat er speelde en wat ze al hadden geprobeerd. Daarna maakten ze met de gezinswerker een kort plan: wat willen we anders? En wie kan helpen? Ze oefenden met duidelijke afspraken in huis en spraken af wanneer ze weer contact hadden. Zo kwam er uiteindelijk ook een oplossing die voor iedereen goed werkt. Eva kijkt blij terug: ‘Hulp vragen is geen falen. Iedereen kan vastlopen. Dan is het juist fijn dat er hulp is.’
Meer basishulp, minder begeleiding
De buurtteams bieden basishulp, waardoor er minder vaak een indicatie voor begeleiding nodig is. Dat zie je ook in de cijfers: in 2023 kregen 20 procent minder jeugdigen een indicatie dan het jaar ervoor. In de eerste helft van 2024 was dat 24 procent minder dan in dezelfde periode in 2023. Volgens Inge komt dat door meerdere dingen. ‘Er is minder geïndiceerde begeleiding nodig, doordat de buurtteams dit zelf zijn gaan doen. De buurtteams sturen scherper op wat echt nodig is, er zijn duidelijke afspraken met aanbieders en huisartsen verwijzen vaker eerst naar de buurtteams. Zo start hulp sneller en dichterbij, maar wordt er vooral ook breed ‘systematisch’ gekeken’, aldus Inge.
De gemeente en OIDOS volgen hoe het gaat met een dashboard. Ze kijken elk kwartaal welke jeugdhulp wordt ingezet. OIDOS vraagt daarnaast cliënten naar hun ervaringen, bijvoorbeeld via vragenlijsten en groepsgesprekken. ‘Zo leren we wat goed gaat en beter kan’, vertelt Marlies hierover. Beleidsadviseur en gezinswerker Lara Gerrits van BJG wijst op het dashboard van de buurtteams zelf. “Elk team heeft er één. In de weekstart bespreken we bijvoorbeeld doorlooptijd en of we op tijd contact hebben.”
Korte lijnen in de wijk
De gemeente en OIDOS hebben vaste afspraken over samenwerking. Inge: ‘We werken heel intensief samen. We maken jaarlijks een gezamenlijk ontwikkelplan, bespreken elk kwartaal hoe het gaat en hebben elke twee weken overleg. Zo blijven de lijnen kort.
Lara wijst in dit kader op de goede samenwerking met huisartsen. Lara: ‘We hebben afspraken dat hulpvragen zo vaak mogelijk eerst via BJG lopen. Het buurtteam kijkt breder dan één hulpvraag, ook naar de situatie van het gezin. Dan kun je alvast op één plek starten.’
‘Begeleiding is minder een apart traject, omdat buurtteams meer zelf doen.’
Buurtteams doen veel zelf
Veel gaat al goed. Gezinswerkers staan naast gezinnen, luisteren en zoeken samen naar oplossingen. Ze kijken ook wie kan helpen in het netwerk, op school of in de wijk. Inge: ‘Begeleiding is minder een apart traject, omdat buurtteams meer zelf doen en breder kijken.’
Toch zijn er ook lastige punten en praktische grenzen. De samenwerking met specialistische ggz is een aandachtspunt. Werkwijzen verschillen en aansluiten kost tijd. Marlies: ‘We moeten uit het ‘wij-zij’-denken blijven en nieuwsgierig zijn naar wat er echt binnen zo’n gezin speelt. Veiligheidsonderwerpen spelen vaak een rol bij ingewikkelde casussen en die leiden regelmatig tot spanning. Hoe verhoudt tijdig ingrijpen zich dan tot normaliseren? Die situaties vragen ook echt wat van de professionals. Zij moeten aan de ene kant bij het gezin aansluiten, maar als het nodig is ook stevig zijn.’ Sommige gezinnen vragen tijdelijk extra veel aandacht. Inge: ‘Ouders willen soms meteen extra hulp, terwijl het buurtteam ook eerst veel zelf kan bieden. Dan helpt het als je de keuze samen bespreekt.’
Minder versnippering, meer vertrouwen
OIDOS bestaat in juli vijf jaar. Inge hoopt dat partners elkaar in de komende jaren sneller opzoeken: ‘Ik hoop dat we nieuwsgierig blijven. Dan versterken we elkaar bij moeilijke situaties.’ Lara wil nog vaker dan nu samen oplossingen zoeken in de wijk, in plaats van meteen met problemen naar een specialist te gaan. Marlies wil minder losse regels en routes. ‘Nijmegen laat zien dat het kan’, zegt ze. ‘Dat vraagt om vertrouwen in gezinswerkers en om korte lijnen, zodat we samen blijven leren.’
Tips van Lara, Marlies en Inge:
- Kijk ook naar je eigen rol. Luister met een open blik naar de ander (denk niet in ‘wij’ en ‘zij’).
- Denk steeds: wat betekent dit voor het gezin? Zet jezelf in hun plek.
- Vertrouw op de gezinswerker. Geef ruimte om te doen wat nodig is.
- Maak het simpel en duidelijk. Wat fijn is voor gezinnen, moet ook fijn werken voor professionals en partners.
- Vraag jezelf: wat kan ik nu voor de ander doen? Niet: wat moet de ander voor mij doen?