Stel je voor: je woont in een gemeente waar kinderen en ouders niet maanden op hulp hoeven te wachten. Waar je gewoon bij de huisarts of op school terechtkunt met je zorgen, zonder ingewikkelde regels of formulieren. In Veendam kan dat, dankzij het Jeugd Expertise Punt (JEP). Drie betrokkenen vertellen hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen en geven tips.

Beeld: © JEP Veendam

Tot een aantal jaar geleden boden heel veel organisaties in Veendam en negen andere gemeenten in Groningen jeugdhulp aan. Binnen een paar jaar steeg het aantal jeugdzorgaanbieders in deze regio van 30 naar 220. ‘In Veendam waren 80 aanbieders. Ik kon niet met ál die aanbieders om tafel. En ik had geen zicht op de kwaliteit en geen grip op de kosten. Kinderen gingen elk jaar naar een andere aanbieder, maar hun probleem werd niet opgelost’, vertelt wethouder Ans Grimbergen.

De gemeente besloot het daarom anders te doen en bracht de meest voorkomende vormen van jeugdhulp samen in één opdracht. Zes verschillende organisaties werken nu sinds april 2023 samen onder de naam Jeugd Expertise Punt Veendam (JEP) om de meest voorkomende ambulante jeugdhulp te bieden. Zij bedachten hoe jeugdhulp sneller, slimmer en menselijker kan. Met minder partijen, meer samenwerking en hoogopgeleide ervaren professionals aan de voorkant.

JEP in een notendop

JEP is een algemene voorziening waar je zonder indicatie, beschikking of eigen bijdrage terechtkunt met je zorgvraag. Dit maakt het heel toegankelijk.

‘Kinderen en gezinnen krijgen vaak al op school of bij de huisarts de juiste hulp. Professionals werken samen en delen hun kennis. Zo worden betere resultaten geboekt,' legt de wethouder uit. 'Elke week is er bij elke huisarts en basisschool in Veendam een deskundige aanwezig, zoals een gedragswetenschapper, orthopedagoog of psycholoog. ‘Deze professional kijkt snel wat er aan de hand is en wat er nodig is. Ouders mogen zelf om hulp vragen. 60 procent van de problemen wordt nu al in gemiddeld vier gesprekken opgelost. Kleine vragen blijven daardoor klein.’

Snelle en passende hulp

Bij ingewikkelder problemen komt er een gedragswetenschapper bij het gezin thuis. Samen met het gezin wordt de situatie goed geanalyseerd. In 15% van de gevallen is het gezin daarna weer zelfredzaam. In andere situaties volgt maatwerk, vaak een combinatie van behandeling en begeleiding. Als het niet goed gaat, wordt de analyse opnieuw bekeken en aangepast. Zo krijgen kinderen niet steeds een andere hulpverlener en blijft de hulp effectief.

De resultaten zijn goed: de wachtlijsten zijn verdwenen, de kosten zijn lager dan in 2021 en dalen nog steeds. Er zijn bijna geen kinderen meer die uitvallen op school. Ook zijn er minder crisissituaties en zijn veel uithuisplaatsingen voorkomen. Ans: ‘Mensen durven nu eerder om hulp te vragen. We zien meer kinderen aan de voorkant, maar de kosten dalen. We voorkomen zo dat problemen verergeren, waardoor zwaardere zorg vaak niet nodig is.’

Samenwerken en vertrouwen

Directeur Maarten Wetterauw van Molendrift vindt de samenwerking tussen de organisaties heel belangrijk. ‘We werken efficiënt en kijken steeds wat het beste is voor gezinnen. Er waren uitdagingen, zoals het meenemen van huisartsen en scholen in het proces en het selecteren van de juiste zorgaanbieders. Alle lopende zorgtrajecten bleven bestaan’, aldus Maarten.

‘We zijn open geweest over onze visie en ontwikkellijnen en nodigen aanbieders uit om mee te ontwikkelen. Inmiddels moet je als aanbieder wel echt iets toevoegen aan onze visie en ontwikkellijnen om mee te doen. We willen immers niet terug naar 220 aanbieders. Bij JEP heb je nog steeds te maken met medewerkers van individuele organisaties die zich ook zo voorstellen. Daarmee behielden we de herkenbaarheid en het netwerk van de aanbieders voor de buitenwereld. Tegelijkertijd hoefden medewerkers niet aan een nieuwe bedrijfscultuur te wennen.’

Samen leren en verbeteren

De organisaties leren samen van wat goed en minder goed gaat. Ze analyseren incidenten, zoals thuiszitten en dreigende uithuisplaatsingen. Door samen te leren en data te delen, worden uithuisplaatsingen beter voorkomen. Directeur Carine Klamer van Team050 hierover: ‘Dat vraagt van aanbieders en gemeente om praktisch te zijn en samen te zoeken naar oplossingen.

In 2024 konden we vijftien uithuisplaatsingen voorkomen door samen te kijken wat er nodig was. Soms plaatsen we daarom tijdelijk een professional in het gezin om de ouders te ondersteunen. Het doel is altijd: kinderen zo goed mogelijk thuis laten opgroeien.’

Leren van de overgang

De overstap naar JEP was niet makkelijk, geven de drie betrokkenen toe. Het wegwerken van de wachttijd was bijvoorbeeld erg spannend. Wij plaatsten de specialisten uit de tweede lijn voorin het systeem. Dat was nog nooit eerder op deze schaal gedaan. Zou dat mogelijk zijn en geen extra vraag creëren? Carine: ‘We keken maandelijks naar de cijfers, de aantallen en de kosten. Intern hadden we best veel discussie hierover. Maar het lukte. Je moet samen het lef hebben om dit soort keuzes te maken en de methode de tijd geven om te werken.’

Na 2,5 jaar zijn de resultaten duidelijk. Carine: ‘Het werkt gewoon meerdere kanten op. We moeten ons concentreren op de zwaardere zorg, maar juist aan de voorkant kun je veel problemen voorkomen. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter! Hierdoor speel je capaciteit vrij om aan betere oplossingen voor ingewikkelde problemen te werken. Daarnaast gaan we ook hulp bij scheiding, trauma en onderwijszorg aan JEP toevoegen. We helpen graag andere gemeenten om hetzelfde te bereiken.’

Elke gemeente anders

Volgens de drie is het model van JEP niet één-op-één te kopiëren. ‘Elke gemeente moet kijken wat werkt in de eigen context. Het gaat vooral om de manier van werken, niet om het exacte aantal partijen’, benadrukt Ans. Maarten vult aan: ‘We hebben een aantal werkzame factoren, zoals specialisten voorin het systeem en werken vanuit verklarende analyses. Die zouden in elke gemeente kunnen werken. Maar de uitgangssituatie verschilt. In een grote stad kun je bijvoorbeeld beter per wijk werken.’

Meer weten

Meer weten? Kijk op www.jepveendam.nl. Of neem contact op met Jort Schuringa van Coöperatie Dichtbij via het telefoonnummer 06 143 68 562 of het mailadres j.schuringa@dichtbij.coop.nl

Tips van Ans, Maarten en Carine

1. Betrek zorginhoudelijke kennis bij alle onderdelen van de organisatorische inrichting van de jeugdhulp.

Selecteer partijen die dit kunnen en zelf ook deden in de eigen organisatie.

2. Werk samen en heb vertrouwen in elkaar.

Houd vast aan de nieuwe aanpak, ook als het in het begin lastig is. Werk wachtvrij, maar niet door iets ‘te bieden dat beschikbaar is’. Hierdoor durven ouders adviezen beter aan te nemen. Werk vanuit gedeelde verklaren analyses.

3. Zorg voor vaste professionals met specialistische kennis aan de voorkant: dichtbij gezinnen en scholen.

Laat gedragswetenschappers en orthopedagogen bij scholen en huisartsen werken.

4. Leer samen van incidenten en verbeter continu.

Analyseer samen met alle partijen wat er (eventueel) misgaat en verbeter steeds opnieuw.

5. Kijk goed naar wat in jouw gemeente werkt en pas het model daarop aan.

Selecteer aanbieders op kennis en ervaring en zo veel mogelijk intrinsieke motivatie voor jouw gemeente. Je kunt dat afleiden uit prestaties uit het verleden. Het helpt ook om hen dan financieel verantwoordelijk te maken, zodat ze sneller bijsturen als iets niet werkt.