Marina Bais: “Er zijn duizend gelegenheden om het verschil te maken in het leven van een kind”

In de praktijk

Marina Bais is ervaringsdeskundige bij het Toekomstscenario. In dit interview vertelt ze welke inzichten haar eigen ervaringen haar hebben gegeven en hoe ze die toepast in haar werk binnen het Toekomstscenario.

Beeld: ©EMMA/Berber Jongbloed

“Een lange tijd heb ik als manager bij Bureau Jeugdzorg gewerkt, daar besliste ik onder andere over de uithuisplaatsingen. Ik durfde toen nooit te zeggen dat ik zelf ervaringsdeskundige was, omdat ik bang was dat mensen zouden denken dat ik de complexe situaties niet objectief kon beoordelen. In 2014 ging ik bij een gemeente werken. Daar kwam ik na een paar jaar in contact met collega’s van Geweld Hoort Nergens Thuis. Dat team zocht ervaringsdeskundigen. Ik dacht: het is nu of nooit. Ik heb me aangemeld. Toen kon ik mooi de verbinding maken tussen jeugdzorg, werk binnen de gemeente én mijn eigen ervaringen. Dat pas ik nu ook toe als ervaringsdeskundige voor het Toekomstscenario.” 

“Ik zeg altijd: we missen professionele lef. Met sommige mensen moet je heel liefdevol omgaan, zacht en verzorgend. Terwijl je anderen meer confronterend moet benaderen, om ze in de actiestand te krijgen. Het gaat erom dat je je stijl van hulp bieden aanpast aan wat het gezin nodig heeft. Dit vraagt van de hulpverlener gedrag en acties buiten de eigen comfortzone en misschien zelfs wel buiten de kaders van de organisatie. Breder durven kijken en werken. Het zou mij als kind erg geholpen hebben.” 

Een klein gebaar met grote betekenis 

“Als kind praatte ik af en toe met mijn huisarts over mijn thuissituatie. Op zekere dag – ik was een jaar of 6 –gaf mijn huisarts mij zijn klokje. Ik was gefascineerd door dat klokje dat een knopje heeft waarmee de datum naar de volgende dag springt, iets wat ik elke keer dat ik bij hem kwam deed. Toen hij het me gaf, zei hij dat het klokje bij mij in betere handen was dan bij hem. Dat gaf me een verantwoordelijkheidsgevoel. Het klokje is sindsdien altijd met me meegegaan, ik heb het veertig jaar lang bij me gehouden. Mensen snappen soms niet dat zoiets kleins zoveel kan betekenen. Maar ik voelde me gezien door de huisarts, iemand die ik hoog had zitten.” 

“Dan kun je denken: wat een slapjanus dat hij mij niet uit die situatie heeft gehaald, dat hij mijn ouders niet heeft aangegeven en geen concrete actie heeft ondernomen om mijn situatie te veranderen. Daar zal hij zijn redenen voor gehad hebben. Toch heeft hij mijn situatie veranderd. Niet door me uit huis te plaatsen, maar door me werkelijk te zien. Hulpverleners moeten zich dat realiseren. Er is meer dan een uithuisplaatsing of ondertoezichtstelling. Het gaat om aandacht. Er zijn duizend gelegenheden om het verschil te maken in het leven van een kind.” 

“Als je niks hebt, is iets kleins al heel veel. Dat is een van de belangrijkste lessen die ik andere professionals wil meegeven uit mijn eigen ervaring. Je kan als slachtoffer niet altijd gered worden. Vanwege wettelijke kaders, de omgeving die te bang is of omdat je zelf niet weg durft. Maar iemand kan iets voor je doen, waardoor je leven anders loopt. Een klein gebaar kan al een grote betekenis hebben. Ik zeg vaak tegen wie het maar horen wil: liefde en aandacht zijn gratis. Dat kost helemaal niks.” 

Maatschappelijke opgave 

“Er is nu dankzij het Toekomstscenario meer oog voor wat kinderen en gezinnen zelf nodig denken te hebben. Het is belangrijk dat daar nog meer naar geluisterd gaat worden. Vaak past de wens van het gezin niet binnen het plaatje. Maar dan is het juist belangrijk om te kijken naar wat iemand echt nodig heeft. Doen we de juiste dingen en kijken we naar wat er onder het gedrag zit?”  

“We lijken elkaar niet meer te vertrouwen. Hulpverleners worden steeds meer verantwoordelijk gemaakt voor het gedrag van hun cliënten en vermijden steeds vaker risico’s. Andersom ook: mensen voelen zich niet geholpen en zijn bang als ze het woord jeugdzorg horen. Er wordt gedacht: ‘Die gaan m’n kinderen afpakken’ in plaats van ‘Ik krijg lucht, ze gaan me helpen en met me meekijken naar hoe mijn situatie verbeterd kan worden’. Het is goed als de hulpverlening meer aansluit bij de leefwereld van gezinnen, maar mijn wens is ook dat gezinnen zich meer bewust zijn van hun eigen regie en verantwoordelijkheid. In sommige situaties hebben zij zelf te weinig gebruik gemaakt van het aanbod dat hen is gedaan en dan is het te makkelijk om te zeggen dat de hulpverlening heeft gefaald.” 

“Alle betrokken organisaties moeten samen voldoen aan een maatschappelijke opgave: het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Veel van die organisaties durven niet over hun eigen schaduw te stappen, terwijl het juist belangrijk is dat de gezamenlijke verantwoordelijkheid de boventoon gaat voeren. We moeten in actie komen en samenwerken aan onze gedeelde opgave. Dat proberen we al heel lang, maar lukt nog niet overal. Mijn pleidooi is: ga kijken naar wat een gezin écht nodig heeft. Vraag door naar wat de reden is van het gedrag en wat zij nodig hebben om daarmee te stoppen. Zo krijgen ze de regie over hun leven weer terug.” 

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.