Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming gaat een nieuwe fase in. Na jaren van experimenteren in proeftuinen is het tijd om de stap te zetten naar daadwerkelijke systeemverandering. Daarvoor is een goede basis gelegd, maar de echte uitdaging moet nog komen. Dat concludeert onderzoeksinstituut DRIFT in het rapport ‘Op spanning voor verandering’. Onderzoeker Sophie Buchel licht de belangrijkste bevindingen toe.

Beeld: © DRIFT
In 2025 onderzocht DRIFT hoe de proeftuinen bijdragen aan de vernieuwing van de kind- en gezinsbescherming. In het vervolgonderzoek richtte het instituut zich vooral op de ontwikkelingen op stelselniveau: hoe werken beleid, bestuur en uitvoering aan de noodzakelijke veranderingen? “We zien dat er veel in beweging is en dat er echt wordt gewerkt aan de transitierichting van het Toekomstscenario”, vertelt Sophie Buchel. “Met het Duurzaam Samenwerkingsmodel is een mooie basis gelegd om gezamenlijk te sturen, besluiten te nemen en te leren van wat er in de praktijk gebeurt. Daar zijn we heel positief over.”
Tegelijkertijd benadrukt Sophie dat de nieuwe manier van samenwerken zich nog moet bewijzen. “The proof of the pudding is in the eating. Het is nu aan alle betrokken partijen, lokaal en landelijk, om deze werkwijze echt in de praktijk te brengen.”
Oude patronen herkennen en doorbreken
Dat is volgens DRIFT geen eenvoudige opgave. De bestaande structuren en werkwijzen in de kind- en gezinsbescherming zijn diepgeworteld. Juist wanneer veranderingen ingewikkeld worden, hebben organisaties en mensen de neiging terug te vallen op vertrouwde manieren van werken. DRIFT noemt dit regimereflexen.
In het rapport beschrijven de onderzoekers verschillende van deze reflexen, zoals de neiging om veranderingen van bovenaf te controleren, alles vooraf dicht te regelen of steeds nieuwe plannen en analyses te maken in plaats van daadwerkelijk aan de slag te gaan. Volgens Sophie begint het doorbreken daarvan bij bewustwording. “We hopen dat het benoemen van deze reflexen een gezamenlijke taal biedt. Zodat mensen elkaar erop kunnen wijzen wanneer ze terugvallen in oude patronen, zonder dat het verwijtend wordt.”
Het Duurzaam Samenwerkingsmodel kan daarbij houvast bieden. Door regelmatig samen te reflecteren en besluiten te toetsen aan de pijlers van het Toekomstscenario, blijft de bedoeling centraal staan: wat betekenen onze keuzes voor gezinnen en huishoudens?
Vernieuwen betekent ook afscheid nemen
Een belangrijke boodschap uit het rapport is dat systeemverandering niet alleen vraagt om nieuwe werkwijzen, maar ook om het afbouwen van bestaande structuren en gewoonten die niet meer helpen.
Sophie noemt als voorbeeld de neiging om bij vernieuwing steeds iets toe te voegen. “Voor professionals die al tijd tekortkomen, voelt dat als nóg iets wat ze moeten doen. Terwijl we juist ruimte voor hen willen maken. Daarom moeten we ook samen onderzoeken waarmee we kunnen stoppen.”
DRIFT pleit ervoor om dit samen met professionals, lokale partners, ervaringsdeskundigen en gezinnen te verkennen. Zij weten immers als geen ander welke werkwijzen weinig toevoegen of verandering in de weg staan. Afscheid nemen van bestaande werkwijzen kan lastig zijn, erkent Sophie. “Maar het is noodzakelijk om ruimte te creëren voor een andere manier van werken.”
Tijd om doorbraken te realiseren
DRIFT doet in het rapport vier aanbevelingen voor het vervolg. Centraal staan het gezamenlijk sturen op verandering, het verder ontwikkelen en verspreiden van vernieuwende werkwijzen uit de praktijk, het verbinden van leren aan concrete acties en het veranderen van de beleids- en bestuurspraktijk zelf.
Vooral de zogenoemde doorbraakacties zijn volgens Sophie belangrijk. Deze richten zich op hardnekkige knelpunten die de vernieuwing belemmeren en die niet door afzonderlijke organisaties kunnen worden opgelost.
Wat hoopt zij over een jaar terug te zien? “Dat er een gezamenlijk besluitvormingsproces staat waarin beleid en praktijk, lokaal en landelijk, echt samen optrekken. En dat we op een aantal cruciale doorbraakacties concrete stappen hebben gezet.” Uiteindelijk moet de verandering merkbaar zijn voor gezinnen en huishoudens. “Ik hoop dat dit een periode van versnelling wordt, waarin we een aantal van die doorbraken echt verder kunnen brengen.”
Meer lezen?
Lees het rapport ‘Op spanning voor verandering – Transitiesturing voor transformatieve verandering in kind- en gezinsbescherming’.