Kwetsbare jeugdigen die (hoog)specialistische hulp nodig hebben moeten kunnen rekenen op tijdige en passende hulp. Dat is nu voor een groot aantal jeugdigen en gezinnen nog niet het geval. Daarom is de verbetering van beschikbaarheid van (hoog)specialistische jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen een prioriteit in de Hervormingsagenda Jeugd.

Eén van de oorzaken waarom de beschikbaarheid van (hoog)specialistische jeugdzorg onder druk staat, is versnippering in de regionale samenwerking en contractering van deze jeugdzorg. Al sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten verplicht om samen te werken, indien dat nodig is voor een doeltreffend een doelmatige uitvoering van de Jeugdwet, zoals bij de inkoop van (hoog)specialistische jeugdzorg. Gespecialiseerde jeugdzorg is immers moeilijk op lokaal niveau te organiseren vanwege de schaarste van de vraag en de complexiteit van de problematiek in combinatie met de daarvoor benodigde multidisciplinaire specialistische expertise. Aan die regionale samenwerking zijn nu geen nadere regels gesteld.

Alhoewel er na de decentralisatie 42 jeugdzorgregio’s zijn ontstaan, zijn deze jeugdzorgregio’s ook regelmatig instabiel gebleken. Er zijn inmiddels meer dan 55 verschillende subregionale samenwerkingsverbanden of lokale afsplitsingen ontstaan, die elk zelfstandig contracten aangaan met aanbieders van specialistische jeugdzorg, elk tegen eigen voorwaarden. Deze versnippering in de contractering leidt ertoe dat aanbieders te weinig vraag ontvangen om het benodigde aanbod kwalitatief (verantwoorde hulp) of bedrijfseconomisch (gezonde bedrijfsvoering) te kunnen blijven leveren. Ook zorgt de versnippering voor een groot aantal verschillende werkwijzen, en daardoor hoge administratieve lasten bij jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en gemeenten zelf.

We willen gemeenten in staat stellen om hun verantwoordelijkheden in de Jeugdwet beter waar te maken en te bevorderen dat zij kunnen zorgen voor een toereikend aanbod van specialistische jeugdhulp en van gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

Dit doen we door regionale samenwerking bij de inkoop van specialistische jeugdzorg te verplichten en hiervoor duidelijke regels vast te leggen. Bovendien verplichten we voor een aantal vormen van jeugdhulp dat jeugdregio’s hierover bovenregionaal afstemmen, omdat regio’s bij deze jeugdhulpvormen van elkaar afhankelijk zijn om de beschikbaarheid te bevorderen.
Deze regels zijn opgenomen de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, die op 1 januari 2026 in werking treedt.

Voor een beperkt aantal vormen van jeugdhulp is zelfs gezamenlijke inkoop op regionaal niveau onvoldoende om de beschikbaarheid te borgen. Het gaat om zorgvormen die zeer complex en weinig voorkomend zijn. Voor deze zorgvormen is in de Hervormingsagenda Jeugd afgesproken dat de huidige gezamenlijke inkoop op landelijk niveau – uitgevoerd door de VNG in het Landelijk Transitie Arrangement – wordt voortgezet.

Op dit moment is deze landelijke samenwerking niet wettelijk verplicht. Mocht blijken dat er grote zorgen zijn over de beschikbaarheid van één of meerdere landelijk ingekochte zorgvormen, en bestuurlijke afspraken leiden onvoldoende tot verbetering, dan maakt het wetsvoorstel het mogelijk om gebruik te maken van een delegatiebepaling (de zogenoemde kan-bepaling). Daarmee kunnen gemeenten wel verplicht worden om gezamenlijk bij amvb vastgestelde zorgvormen op landelijk niveau in te kopen.

Daarnaast worden er in de wet eisen gesteld aan de bedrijfsvoering van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Door interne toezichthouder, transparante financiële bedrijfsvoering en openbare jaarverantwoording komen problemen eerder aan het licht en krijgen gemeenten ook beter zicht op financiële huishouding van aanbieders. Zo kunnen ze eerder ingrijpen en problemen voorkomen.

Tot slot krijgt de NZa per 1 januari 2026 een rol bij het signaleren van risico’s voor de continuïteit van jeugdzorg. Ook hiermee kan er eerder worden ingegrepen als zich problemen voordoen.

De wet: waar staan gemeenten in de jeugdhulpregio’s voor aan de lat?

Voor gemeenten betekent de wet het volgende:

  • Gemeenten moeten een gemeenschappelijke regeling voor de regionale organisatie van de specialistische jeugdzorg instellen: de Jeugdregio. Voor de inrichting van de samenwerking kunnen regio's kiezen uit drie vormen die de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt: een openbaar lichaam, centrumgemeente of bedrijfsvoeringsorganisatie.
  • Gemeenten dienen vervolgens ten minste de volgende werkzaamheden bij de Jeugdregio's neer te leggen:
    1. het regionaal contracteren of subsidiëren van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de bij amvb aangewezen vormen van jeugdhulp;
    2. het uitvoeren van bepaalde administratieve processen behorende bij die contractering of subsidiëring;
    3. bovenregionale afstemming over de inkoop van bij amvb aangewezen jeugdhulpvormen, kinderbescherming en jeugdreclassering ;
    4. de organisatie van regionale expertteams.
  • Gemeenten moeten samen een regiovisie opstellen waarin wordt uitgewerkt hoe ze met andere gemeenten in de regio samenwerken om een dekkend zorglandschap in de regio te organiseren.

Lagere regelgeving

Bij deze wet hoort ook een amvb, waarin het volgende wordt vastgelegd:

  • De regio-indeling;
  • Welke vormen van specialistische jeugdhulp (minimaal) regionaal moeten worden ingekocht;
  • Over welke van deze jeugdhulpvormen bovenregionaal moet worden afgestemd;
  • Welke thema's in ieder geval in de regiovisie moeten worden opgenomen, en
  • De nadere eisen die gesteld worden aan de interne toezichthouder.

Daarnaast zijn de twee ministeriële regelingen uitgewerkt: de Regeling Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet.

De Regeling Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg bevat de volgende onderwerpen:

  • De wijze waarop jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen schriftelijk moeten vastleggen hoe zij voldoen aan de eis van een interne toezichthouder.
  • Welke financiële derivaten een jeugdhulpaanbieder en een gecertificeerde instelling voor welke doeleinden en onder welke voorwaarden kan aantrekken.
  • De verstrekking van gegevens door partijen aan de NZa, zodat de NZa haar nieuwe Jeugdwettaken goed kan uitoefenen.
  • De verstrekking van gegevens door de NZa die zij heeft verkregen bij de Jeugdwettaken aan andere partijen.

In de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet is de verplichting voor jeugdhulpaanbieders (m.u.v. solisten) en gecertificeerde instellingen om een openbare jaarverantwoording te hebben nader uitgewerkt. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de Regeling openbare jaarverantwoording WMG die geldt voor zorgaanbieders. De aanpassingen in de openbare jaarverantwoording hebben bovendien als doel de proportionaliteit van de verantwoordingsplicht te verbeteren en regeldruk te verminderen.

Op termijn wordt in een derde ministeriële regeling vastgelegd welke administratieve processen moeten worden uitgevoerd door een jeugdregio.

Proces en planning

Gemeenten en regio’s kunnen met vragen over regionale samenwerking terecht bij hun Regioadviseurs · Ketenbureau i-Sociaal Domein of bij VWS via voorjeugdengezin@minvws.nl.