Directeur en behandelaar Ruud Engelsman ziet het vaak misgaan: gezinnen raken verdwaald in een doolhof van loketten en hulpverleners. ‘Bij FamilySupporters Rijnland doen we dat anders. Hier krijgen kinderen, jongeren en ouders snel hulp die past bij hun situatie. Met aandacht voor het hele gezin én de mensen eromheen.’
Beeld: © Ruud Engelsman
‘FamilySupporters is er voor gezinnen die vastlopen en vaak al veel hulp hebben gehad. Wij helpen gezinnen met ingewikkelde vragen’, vertelt Ruud. ‘Dat doen we niet alleen voor één persoon, maar voor het hele gezin. Onze teams geven praktische steun en advies. Ze doen ook onderzoek (diagnostiek) en behandeling bij psychische klachten. Dat kan via jeugdhulp, wmo of de ggz. We kijken altijd naar het gezin, de mensen om hen heen en de omgeving.’
Eerst gezin leren kennen
Ruud begon zijn loopbaan in de onderwijsbegeleiding. Daar deed hij onderzoek en coachte hij leerkrachten. Maar hij merkte: thuis, in het gezin, speelt vaak net zo veel. Daarom ging hij verder studeren, en kwam hij bij de opleiding tot orthopedagoog generalist. Later maakte hij de overstap naar FamilySupporters. Daar komt voor hem alles samen: samen met het gezin kijken wat wél helpt, creatief zoeken naar oplossingen en stap voor stap werken aan herstel.
‘Wat mij drijft? De overtuiging dat zorg altijd dichtbij en menselijk moet blijven.’
Die aandacht voor de mens komt ergens vandaan. Net als zijn drijfveer dat zorg altijd dichtbij en menselijk moet blijven. ‘Ik wilde vroeger net als mijn opa dominee worden’, vertelt Ruud. ‘Er zijn voor mensen, juist als het moeilijk is. Bij mijn opa zag ik wat aandacht en tijd voor mensen kunnen doen.’ Deze houding neemt hij mee in zijn werk: niet van achter een bureau, maar dichtbij.
Langere intake
Die menselijkheid zie je ook terug in hoe FamilySupporters het eerste contact met gezinnen organiseert. Aandacht voor mensen begint bij al bij de intake. Daarom bestaat de intake niet uit één kort gesprek. Soms zijn er meerdere gesprekken nodig om de vraag goed te begrijpen. Ruud wil eerst helder krijgen waar het knelt, bijvoorbeeld op school, thuis of door geldzorgen. ‘In deze fase kijken we ook meteen naar wat we al met kleine stappen bereiken. Daarom zitten er soms ook leraren, mensen van het wijkteam of familie bij het gesprek’, zegt hij.
Vaak loopt de weg naar de juiste hulp voor een gezin spaak door veel formulieren, veel doorverwijzingen en lange wachtlijsten zijn niet erg bevorderlijk voor een gezin met een dringende hulpvraag. ‘Specialistische hulp kan ook toegankelijk zijn’, zegt Ruud. ‘Je komt binnen op een plek die huiselijk voelt. Geen balie waar je eerst langs moet. Je spreekt snel iemand. Het gezin houdt de regie en het team loopt met het gezin mee.’
‘Eindelijk werd er echt geluisterd.’
Therapie voor het hele gezin
Voor Manon* voelde de start bij FamilySupporters als een opluchting. Haar 7-jarige zoon Thijs* krijgt er sinds mei psychomotorische therapie (PMT). Deze therapie helpt om beter om te gaan met spanning en emoties. Manon: ‘Thijs is supersociaal en enthousiast, maar kan soms ook heel snel boos zijn. Een wat je kan noemen typisch ADHD-jongetje. Er gebeurt dan iets in zijn hoofd en dat uit zich motorisch of lomperig naar andere kinderen toe. Maar doordat hij sociaal en vrolijk is, komt hij met heel veel weg. Thuis is de situatie niet altijd echt houdbaar.’
Manon was bang dat er opnieuw vooral naar een diagnose zou worden gekeken, maar ze merkte meteen dat er echt werd geluisterd. Niet alleen naar Thijs, maar naar het hele gezin en naar wat zij thuis nodig hadden. Het gezin had al een lang hulptraject achter de rug met onder meer speltherapie. Tijdens de intake werd daarom breed gekeken naar hun situatie en kwam er ook gezinsbegeleiding. Manon en Thijs krijgen nu EMDR, een behandeling die helpt om nare ervaringen te verwerken. De hulpverleners dachten mee over wat haalbaar was naast werk en gezin. Dat gaf rust en vertrouwen. Manon: ‘We voelen ons echt gezien. Ik laat Thijs hier met een gerust hart achter.’
Specialist naar voren
FamilySupporters is in 2015 gestart en heeft nu 22 vestigingen en ongeveer 700 collega’s. In Rijnland werken ze samen met gemeenten en lokale teams. Ruud vindt het belangrijk dat specialistische kennis eerder aansluit. ‘Niet om de regie over te nemen, maar om samen met het gezin te bepalen welke hulp past.’ Zo voorkom je volgens hem dat gezinnen te laat hulp krijgen, of juist meteen te zware hulp.
Veel gezinnen hebben al een lange route achter de rug. Ruud: ‘Soms hebben gezinnen al 25 hulpverleners gezien, maar kwamen ze nog steeds niet bij de hulp die ze echt nodig hebben. We willen dat doorbreken. Dat betekent: één team dat met het gezin meebeweegt, zonder steeds opnieuw te moeten beginnen bij een nieuw loket.’
'Vaak is een label plakken niet de oplossing, maar het grotere verhaal.’
Die manier van werken vraagt volgens hem ook om specialisten die eerder meedenken, voordat problemen groter worden. In plaats van meteen zoeken naar een diagnose, beginnen ze met een andere vraag: wat heeft dit kind nodig om weer mee te doen op school en thuis? Volgens Ruud is een label plakken niet de oplossing, maar het grotere verhaal. Bij vragen over school gaat het volgens hem vaak om goede steun. ‘Wat zou helpen zodat het wél lukt? Soms helpt dat niet alleen dit kind, maar ook andere kinderen in de klas.’
Meten wat helpt
Ruud kijkt liever naar wat de hulp oplevert dan naar hoeveel uren er zijn gemaakt. ‘Helpen we het gezin echt vooruit? Is het dagelijks leven beter? Of komt een gezin later terug met dezelfde vraag?’ Daarom vragen ze gezinnen om korte vragenlijsten in te vullen: aan het begin en aan het einde van een traject.
Hij adviseert gemeenten om ook zo te werken. ‘Stuur minder op tijd en meer op resultaat; zijn de gezinnen tevreden?’ Het liefst wil hij ook weten hoe het later gaat. Na een traject ziet FamilySupporters gezinnen vaak niet meer terug. Een gemeente kan gezinnen langer volgen en zo beter zien of de geboden integrale hulp echt helpt op de lange termijn.
Minder losse potjes
Ruuds droom voor over vijf jaar is helder: ‘Dan zijn er lokale teams die veel vragen zelf kunnen oppakken, met specialistische kennis dichtbij. Er zijn minder losse regels en geldpotjes. Er is meer ruimte voor één plan per gezin. En we praten minder over stoornissen. We praten meer over wat een kind en de mensen om het kind heen nodig hebben om weer mee te doen.’
Benieuwd hoe je daar morgen al mee kunt beginnen? Lees hieronder vijf tips die helpen om gezinnen sneller en beter te ondersteunen.
*Op verzoek van de geïnterviewde gebruiken we een synoniem.
Tips:
Zorg dat gezinnen snel iemand spreken: liever vandaag een goed gesprek, dan over drie maanden een perfecte intake.
Kijk naar het hele gezin: nodig als dat helpt naast ouders en familie ook de school of andere belangrijke betrokkenen uit. De oplossing zit vaak niet bij één persoon.
Maak specialistische zorg laagdrempelig: zorg voor een huiselijke plek, geen loketten, en een team dat meeloopt zonder de regie van het gezin over te nemen.
Kijk verder dan het label: start met de vraag ‘wat heeft dit kind in relatie tot diens omgeving nodig?’ Kijk pas daarna of een diagnose echt iets toevoegt.
Kijk wat de hulp oplevert: wordt het dagelijks leven en de kwaliteit van leven van dit gezin beter? Kijk dus niet alleen naar uren, trajecten en budgetten.