Anders zijn is heel normaal. Dat is de boodschap die de gemeente Pijnacker-Nootdorp en alle basisscholen sinds februari 2025 in dat dorp uitdragen. Met deze campagne vragen ze aandacht voor de mentale gezondheid van kinderen. Beleidsadviseur Iris Sterkenburg hierover: ‘Sommige kinderen hebben hulp nodig. Maar het is niet altijd nodig om daarop een label te plakken. Soms blijkt een andere ondersteuningsvorm een betere keuze.’
Beeld: © Louise Treffers en Iris Sterkenburg
De campagne ‘Anders zijn is heel normaal’ is ontstaan door samenwerking tussen de gemeente, scholen en kinderopvang. ‘Er kwamen steeds meer kinderen bij hulpverleners voor onderzoeken naar bijvoorbeeld ADHD, autisme of hoogsensitiviteit. Dat zorgde voor langere wachtlijsten voor hulp aan deze kinderen. Iris Sterkenburg zag het aantal doorverwijzingen de afgelopen jaren daardoor oplopen.
‘Je komt soms moeilijk van een label af, terwijl er ook andere oplossingen zijn.’
Iris: ‘Zo’n doorverwijzing is niet altijd nodig of terecht. Soms ontwikkelt een kind zich tijdelijk niet verder. Of helpt een diagnose of label het kind niet, omdat het zich anders gaat voelen. Of omdat de omgeving anders naar het kind gaat kijken. En als je eenmaal een label hebt, dan kom je er soms moeilijk weer vanaf, terwijl er ook andere oplossingen voor handen zijn. Klein houden waar kan en doen wat nodig is.’
Doel campagne
De gemeente merkte in 2021 en 2022 dat de druk op de jeugdhulp verder toenam. ‘Wachtlijsten groeiden. Hierdoor moesten kinderen die deze hulp wel nodig hadden langer wachten. Kortom, er was duidelijk behoefte aan een nieuwe manier van kijken. Kinderen voelen zich soms onzeker, druk of verdrietig. Dat hoort bij het opgroeien. Met deze campagne wil de gemeente duidelijk maken dat dit normaal is, en dat het niet meteen een probleem hoeft te zijn’, aldus Iris.
Ouders en verzorgers van kinderen zien deze boodschap regelmatig terugkomen op posters, flyers en andere communicatiemiddelen vanuit de school of opvang. Kinderen van groep 7 en 8 krijgen lesmateriaal aangeboden, waarmee wordt stilgestaan bij hun mentale gezondheid. ‘Er zijn 21 basisscholen in onze gemeente, dus we zijn de campagne daar gestart. Later dit jaar breiden we die verder uit naar de kinderopvang en naar de school voor voortgezet onderwijs in onze gemeente. Dit laatste doen we samen met het samenwerkingsverband Delflanden’, aldus Iris.
Hulp van kernteam
Als ouder of verzorger is het soms lastig te bepalen of gedrag normaal is of reden tot zorg geeft, geeft Iris toe. ‘Dan helpt het om vragen en zorgen met familie, vrienden of buren of op school met de leraar, intern begeleider of schoolmaatschappelijk werker te bespreken. Maar ze kunnen ook contact opnemen met het Kernteam van de gemeente.’ Dit team bestaat uit verschillende deskundigen, zoals voorschoolsmaatschappelijk werkers, jeugdprofessionals, gedragswetenschappers, praktijkondersteuners jeugd en schoolmaatschappelijk werkers. Ze werken samen met scholen, huisartsen, jeugdhulp professionals en jeugdgezondheidszorg.
Iris: ‘Ouders kunnen zelf contact opnemen of worden doorverwezen. Ze krijgen dan advies of er volgt een kennismakingsgesprek. Dit kan thuis gebeuren of op het gemeentekantoor. Soms zijn er meerdere vervolggesprekken nodig om te begrijpen wat er precies speelt. Samen met ouders en het kind maakt het Kernteam vervolgens een plan met passende ondersteuning en bespreekt dat met andere deskundigen. Daarna start de hulp, of blijft het Kernteam betrokken om te kijken hoe het gaat. Het doel is altijd dat gezinnen weer zelfstandig verder kunnen.’
Hoe scholen hiermee werken
Volgens directeur Louise Treffers van basisschool De Keizerskroon past de campagne goed bij hoe zij al werkten. Ze is blij met de samenwerking met de gemeente. ‘Ik heb het gevoel dat er naar ons geluisterd wordt. We voelen ons zeker gehoord en dat is heel belangrijk. Wij werkten eigenlijk al een beetje vanuit deze gedachte. We hebben altijd al veel aandacht voor het welbevinden van onze leerlingen gehad en er zijn korte lijntjes met de gemeente, het kernteam van de gemeente en onze schoolmaatschappelijk werker. Sommige problemen worden heel groot gemaakt, terwijl je vaak met kleine stapjes en gesprekken al veel kunt doen om erger te voorkomen.’
‘Op onze school kijken leerkrachten steeds: wat heeft dit kind nu nodig?’
Op haar school kijken leerkrachten steeds: wat heeft dit kind nu nodig? Dat kan voor iedere leerling anders zijn en betekent soms ook ‘out-of-the-box-denken. ‘Heel vaak is onderzoek niet nodig, maar gaat het om gezond verstand gebruiken en vooral samenwerken met de ouders. We schakelen de maatschappelijk werker van het kernteam in als er thuis iets speelt of een kind iets heftigs meemaakt. En bij schooluitval kijken we of een rustige werkweek, een time-out of even tot zichzelf komen de leerling helpt om weer verder te kunnen. Daarin nemen we ook de ouders stap voor stap mee en vragen we hen: wat denkt u dat er nodig is? Samen optrekken werkt het beste’, aldus Louise.
Ze vervolgt: ‘Daarnaast geven we nu in samenwerking met de regio Haaglanden in alle groepen vijf sociale vaardigheidstrainingen. Dat wordt voor een deel ook door de gemeente Pijnacker-Nootdorp gefinancierd. Vroeger werd deze training buiten school gehouden en kwamen er alleen kinderen die sociaal minder vaardig zijn en hierdoor problemen ervaren in de dagelijkse omgang met leeftijdsgenootjes. Door iedereen in de klas deze training op school te laten volgen, versterk je het groepsgevoel en voorkom je latere problemen.’
Kijken naar kansen
De droom achter dit initiatief is dat elk kind kan groeien op zijn of haar eigen manier. Louise hierover: ‘We moeten niet alles willen repareren. Niet ieder kind hoeft alles te kunnen. Ieder kind moet zich op zijn of haar niveau kunnen ontwikkelen en gewoon zichzelf kunnen zijn, met plezier naar school gaan.’
Iris: ‘We moeten minder kijken naar wat niet goed gaat, en meer naar de kansen die een kind heeft.’
Met deze campagne wil de gemeente kinderen, ouders en scholen ondersteunen en weerbaarder maken. Niet door meteen te denken aan problemen, maar door eerst te kijken wat helpt. De eerste evaluatiecijfers laten zien dat het aantal leerlingen dat hulp nodig heeft niet verder stijgt. We zijn dus op de goede weg.’
Tips van Iris en Louise
- Denk groot, maar doe klein. Begin met kleine stappen die meteen verschil maken.
- Werk met korte lijnen. Zoek elkaar snel op en zorg dat kleine problemen niet groot worden. Zorg dus voor direct contact tussen school, ouders, gemeente en kernteam.
- Begin als school direct wanneer je iets nodig vindt. Scholen hoeven niet te wachten op beleid. Als jij denkt dat een kind iets nodig heeft, bespreek het dan met de leraren en ga het doen.
- Kijk eerst naar wat een kind nodig heeft, niet naar een label. Diagnoses worden soms te snel gesteld. Ieder kind is anders. Bedenk dus wat een kind nodig heeft, in plaats van meteen een etiket op het gedrag te plakken.
- Betrek ouders stap voor stap. Laat hen meedenken en bouw aan vertrouwen. Dat verlaagt de spanning en vergroot het draagvlak.