Stuurgroep Zorg voor de Jeugd: als vijfhoek samen vooruit!

In de praktijk

Arne Popma, Vera Naber, Illya Soffer, Simone Melis, Frank Bluiminck, Ali Rabarison, Eric Bezem, Marieke Kleiboer en Ellen Oltmann maken deel uit van de stuurgroep Zorg voor de Jeugd. Ze vertegenwoordigen professionals, cliëntorganisaties, branches, gemeenten en rijk. Samen blikken ze terug op de afgelopen jaren nu het programma afloopt. Ze hebben elkaar nodig om tot oplossingen te komen, concluderen ze.

De verschillende covers van magazine 'Zorg voor de Jeugd' gepresenteerd op diverse media-apparaten.
Beeld: ©voor Jeugd & Gezin

‘Ik vind dat dit programma echt collectiviteit heeft gecreëerd’, begint Eric Bezem (ministerie van Justitie en Veiligheid) het gesprek. ‘De stuurgroep heeft het gevoel van een gezamenlijk verantwoordelijkheidsbesef. En dat terwijl we in heel andere posities zitten. Hoe ervaren jullie dat?’

Enthousiasme en betrokkenheid

Marieke Kleiboer (ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport): ‘Het is wel aardig om te delen, want ik ben relatief nieuw in de stuurgroep, maar het enthousiasme en de betrokkenheid van deze groep vielen me gelijk op.’ Simone Melis (namens de cliëntorganisaties): ‘Dat heb ik ook. Ik ben een paar maanden geleden aangehaakt en mijn eerste indruk is die van een deskundige, betrokken groep. Iedereen is gedreven om het goede te doen. Die passie voel je. Kun jij je daarin vinden, Vera?’

Vera Naber (namens de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd): ‘Ik hoop dat we kunnen doorvaren op onze mooie bevindingen en vruchtbare samenwerking. We hebben intensief samengewerkt met elkaar. We kennen elkaar goed, weten wat we ongeveer van elkaar kunnen verwachten. Het zou mooi zijn als we in die sferen door kunnen.’

Grote problemen agenderen

Frank Bluiminck (namens de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd): ‘Ik ben enthousiast over wat we hebben neergezet als stuurgroep, maar we hebben er wel hard voor moeten werken. Eerder kon ik de grote problemen uit de praktijk niet goed kwijt in de stuurgroep. Ik wilde die graag agenderen: dat gemeenten verschillende tarieven hanteren. Dat er bijvoorbeeld andere inkoopprocedures moeten komen en minder administratieve lasten.’

Illya Soffer (namens de cliëntorganisaties): ‘Dat herken ik wel, ja. Wij moesten het perspectief van de jongeren steeds inbrengen. Dat was de eerste tijd best wel zoeken.’ Bluiminck: ‘Er is toen een lerende evaluatie geweest, waarin veel tijd is gestopt. Daaruit kwam naar voren dat we moeten zorgen dat we alles met alle betrokkenen bespreken, in de zogenoemde vijfhoek – professionals, cliëntorganisaties, branches, gemeenten en rijk. En ook dat je het echte gesprek mag agenderen. En dat alles wat er speelt op die agenda mag komen.’ Soffer: ‘Dat vind ik het allerbelangrijkste resultaat: dat je het altijd met de vijfhoek doet. We zijn nu ook veel meer geneigd om voor elkaar op te komen. Met z’n allen hameren we op zorgvuldigheid. Dan zegt iemand bijvoorbeeld “Hee, wat heeft een gezin nou eigenlijk hieraan?”’

'Met z’n allen hameren we nu op zorgvuldigheid. Dan zegt iemand bijvoorbeeld “Hee, wat heeft een gezin hier nou eigenlijk aan?"'

Leermomenten

Naber: ‘Er is meer evenwicht ontstaan. Het eigenaarschap ligt nu echt bij die vijf partijen gezamenlijk. Hoe denk jij daarover, Ali?’ Ali Rabarison (Vereniging van Nederlandse Gemeenten): ‘We hebben veel belangrijke gesprekken gehad en echt goed naar elkaar geluisterd. Dan leer je elkaar goed kennen en weet je elkaar ook goed te vinden.’ Ellen Oltmann (ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap): ‘Ik heb veel geleerd van de andere stuurgroepleden over wat er beter kan, waar het schuurt en waar men tegenaan loopt in de praktijk. Dat is enorm waardevol.’

Melis: ‘De andere kant op werkt het ook: wij zijn als cliëntenorganisaties dusdanig volwassen geworden dat we als volwaardige partij kunnen meedoen. Niet slechts als vertegenwoordiger van jongeren, maar ook als het gaat om het ontwikkelen van beleid.’ Arne Popma (namens de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd): ‘Wij zijn als professionals beter gaan samenwerken met cliëntorganisaties. We kwamen erachter dat we voor een groot deel dezelfde wensen en pijnpunten hebben en kunnen dat nu samen beter agenderen. Dat is een extra opbrengst voor ons.’

Lessen coronacrisis

Bezem: ‘De coronacrisis heeft ons gek genoeg ook enorm geholpen. We bedachten en verdeelden acties. Iedereen pakte die acties snel op. Dat is wat we continu graag zouden willen, zeiden we toen. Weten jullie dat nog?’

Bluiminck: ‘We zagen elkaar ook in het coronaoverleg. Dat gaf een boost: als we een concrete crisis hebben, kunnen we meer daadkracht laten zien. Op dinsdag vergaderde de stuurgroep, op donderdag was het coronaoverleg. Waarom is ons overleg op donderdag veel sneller en meer oplossingsgericht, en op dinsdag veel ambtelijker en trager? Dat was wel een spiegel voor onszelf.’

Oltmann: ‘De stuurgroep heeft de afgelopen anderhalf jaar echt laten zien een slagvaardig platform te zijn om allerlei vraagstukken over kwetsbare kinderen en corona te agenderen. Daarop kunnen we trots zijn.’

‘We bedachten en verdeelden acties. Iedereen pakte die acties snel op. Dat is wat we continu graag zouden willen, zeiden we toen.’

Versterken zorg

Rabarison: ‘Ik ben ook tevreden over een aantal andere zaken. Allereerst is er veel meer bewustzijn bij gemeenten. Daar hebben we ingezet op het professionaliseren van aanbesteden en inkopen van zorg. Daarnaast komen we sneller tussenbeide als er problemen zijn tussen aanbieders en gemeenten.’

Popma: ‘Als vertegenwoordiger van de professionals vind ik het belangrijk dat we een aantal mooie netwerken hebben neergezet. Professionals kunnen dan daarvoor werktijd vrijmaken om deel te nemen en om geschoold te worden.’ Oltmann: ‘Ik wil ook nog toevoegen dat we op mijn terrein experimenteerruimte creëren voor maatwerk op het terrein van onderwijs en zorg. De organisaties die in de stuurgroep zijn vertegenwoordigd, houden ons daarbij scherp met hun ervaring en kennis. Verder ben ik er trots op dat een aantal van hen actief heeft bijgedragen aan het Nationaal Programma Onderwijs.’

Ontwikkeling kind

Rabarison: ‘Voor de hervormingsagenda komen alle partijen nu met initiatieven die ze zelf ook willen uitvoeren. Dat vind ik echt fantastisch. Dat had ik van tevoren niet verwacht.’ Melis: ‘Ik hoop vurig dat we de resultaten van de stuurgroep echt gaan doorzetten in de hervormingsagenda. Dat we het wiel niet opnieuw uitvinden.’ Kleiboer: ‘Dezelfde vijf partijen komen terug in het bestuurlijk overleg hervormingsagenda (BOHA), dus de facto krijg je dezelfde samenwerking die hier in gang is gezet. De geleerde lessen gaan zeker niet verloren: de persoonlijke band tussen de partijen en het onderlinge begrip van elkaars posities. We zullen het eigenaarschap van de vijfhoek en het gemeenschappelijke doel voor ogen houden: dat elk kind zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen, en dat goede jeugdzorg bij sommige kinderen daarin helpt.’

Wie is wie?

  • Eric Bezem (ministerie van Justitie en Veiligheid)
  • Frank Bluiminck (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland)
  • Marieke Kleiboer (ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
  • Simone Melis (MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid)
  • Vera Naber (Nederlands Instituut van Psychologen)
  • Ellen Oltman (ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
  • Arne Popma (Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie)
  • Illya Soffer (netwerkorganisatie Ieder(in))
  • Ali Rabarison (Vereniging van Nederlandse Gemeenten)

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.