Interview met procesbegeleider Carmen: ‘Jarenlang geloofde ik bij te dragen aan de oplossing, nu durf ik daaraan te twijfelen’

In de praktijk

Bij het Ondersteuningsteam werken procesbegeleiders met verschillende achtergronden. Carmen is één van hen. Ze werkte jarenlang voor de Raad voor de Kinderbescherming. Hoe anders is het om naast ouders te mogen staan en met hen op te trekken? Om vanuit die gelijkwaardige verbinding contact te maken met de partij waar je eerder zelf voor werkte? Zij weet daar op een hoopvolle manier en vanuit kwetsbaarheid woorden aan te geven.

Afbeelding bij interview over Raad voor de kinderbescherming

“Het heeft voor mij een hoop op losse schroeven gezet: de overstap van de Raad voor de Kinderbescherming naar het Ondersteuningsteam uithuisplaatsingen toeslagenaffaire. Jarenlang geloofde ik echt bij te dragen aan de oplossing, nu durf ik daaraan te twijfelen. Heb ik niet juist bijgedragen aan het in stand houden van het probleem?”

“Ik stuurde bijvoorbeeld op vrijdag mijn rapport weg en ging dan onbezorgd mijn weekend in. Bij de ander flikkerde er in datzelfde weekend mijn rapport op de mat. Op geen enkel moment vroeg ik mezelf af hoe dit was voor zo’n gezin, ik was al bezig met afronden. Van tevoren belde ik wel, dat wel. Maar zonder me te realiseren dat mijn echte aandacht nodig was op het moment dat ze net mijn rapport hadden gelezen. Dan was ik niet bereikbaar, want ik had weekend. Ik had geen idee wat het op dat moment werkelijk bij mensen opriep.”

‘Ouders werden vaak gezien als de oorzaak van de problemen en niet als onderdeel van de oplossing’

“Ik ging altijd wel voor de verbinding. Dat ben ik ook: een verbinder. Maar het echt invoelen wat zo een besluit van de Raad doet met mensen, nee, daar was geen tijd voor. Of beter: daar nam ik geen tijd voor. Dat gebeurde eigenlijk alleen bij de gruwelijkste zaken. En dan niet eens vanuit het perspectief van de ouder, nee vanuit ons, ons perspectief. Als we het er met elkaar over hadden was het vooral uitwisselen van hoe heftig het was, voor ons.”

“In alle eerlijkheid; er was in mijn werk geen aandacht voor hoe het is voor de ouders. Ouders werden vaak gezien als de oorzaak van de problemen en niet als onderdeel van de oplossing. Ik vond het lastig om te zien dat wanneer besluiten, gemaakt door het ‘systeem’ die ten grondslag lagen aan ellende, niet in rapportages werden gezet. Over je ketenpartner zeg je niet onomwonden in je rapport dat ze het fout hadden gedaan. Over ouders wel.”

“Eigenlijk is er nooit een appel gedaan op echt begrijpen met wie ik te maken had en wat het effect was van onze besluiten op ouders. De intentie was niet slecht, maar dit appel werd gewoon nooit gedaan. Alles was gericht op ‘het belang van het kind’. Ik vergat dat deze ouders en kinderen altijd verbonden zijn aan elkaar. In welke vorm dan ook.”

“Ik schat nu de gevoelens en kennis van ouders meer op waarde. De randvoorwaarde om deze transformatie, mijn transformatie, door te maken was juist die gelijkwaardigheid. En me realiseren dat ik als professional ook met mijn eigen rugzak naar de ander kijk.”

“Ik neem nu bewust de positie van de ouder aan. Niet vanuit mijn eigen mening. Daar wil ik juist heel oprecht uit stappen. Ik wil de ouder bevragen, weten hoe het voor hem of haar is. Daarnaast bevraag ik ook mijn eigen oordeel en gevoel; waar raakt dit bij mij? De waarde van twijfelen en nieuwsgierig zijn is inmiddels ongekend groot, omdat er dan pas echt ruimte ontstaat voor verbinding en ontwikkeling.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.